Na iets meer dan 4 weken begint mijn leven hier, in het steeds warmer wordende Bobo, normaal te worden.
Gisteren toen ik door de straten reed wist ik opeens waar ik was en kon zonder nadenken de kortste weg vinden, tussen de wirwar van brommer, motors, handkarren en de auto`s die altijd denken voorrang te hebben. Als er opeens een geit, kip of ezel de weg opschiet, lijk ik dat normaal te vinden en scheur, zonder af te remmen, eromheen. Net zoals de gemiddelde Burkinabe negeer ik de stoplichten en borden, want dat zorgt voor een stuk minder verwarring op de kruisingen. De kortste weg nemen op een kruispunt om vervolgens een tijdje aan de verkeerde kant van de weg rijden is normaal en blijkt zowaar te werken. Elke keer als ik naar de bakker ga voor mijn broodje en naar de yoghurt boer voor mijn yoghurt verbaas ik me erover dat ik zonder kleerscheuren weer terug kom bij mijn kamertje. De veel te dure yoghurt vul ik aan met wat cornflakes, die ik heb weten te vinden met een houdbaarheidsdatum van iets minder dan een maand.
Een paar dagen geleden reed ik terug vanuit de betere wijk van Bobo. Deze wijk bestaat uit mooie huizen en grote stukken land afgewisseld met hoerenhuizen en supermarkjes. De weg waar deze huizen aan liggen is, zoals 99% van het land onverhard en vol met gaten, al ben ik inmiddels wel gewend aan de zandwegen en prefereer ik ze boven asfalt wegen met diepe gaten, al blijft het raar dat een luxe wijk niet een verharde weg heeft met wat straatlantaarns. Hoe druk de wegen overdag zijn, hoe rustig en uitgestorven de wegen `s nachts zijn. Aangezien er geen veeg auto`s in Bobo zijn wordt de weg schoongemaakt door honderden vrouwen die om de 10 meter met gebogen rug de weg staan te vegen. In het pikke donker staan de midden op de weg en rotondes waardoor je soms vol in de remmen moet.
Overdag worden de spoor bomen netjes door een gesloten door een tweetal mannen, die niks anders lijken te doen tot wachten tot er een trein langskomt. `s Nachts is dit niet het geval kwam ik achter toen ik oog in oog stond met de koplampen van de stinkende diesel trein.
Na een aantal weken in de chaos en diesel walm van Bobo is het heerlijk om even een weekend weg te zijn en met de motor door het prachtige platte land van Burkina te rijden, over de onverharde wegen langs de kleine dorpjes waar je constant aangestaard wordt. Het lijkt wel alsof het leven even stil staat als je langs rijd. In het zuiden van Burkina liggen prachtige bergen, een waterval en dobberen de nijlpaarden `s morgens rustig in een klein meertje.
Inmiddels ben ik weer terug in mijn huisje hier en klaar om aankomend weekend richting het west-afrikaanse masker festival te gaan 200 kilometer ten noorden van Bobo.