Zittend op een betonnen muurtje,aan het water gevuld met krokodillen en omringt door olifanten schrijf ik dit verhaal op mijn laptopje dat inmiddels pen en papier heeft vervangen. Met af en toe een voorbijspringende aap, en van steen tot steen springende hagedissen probeer ik me de afgelopen dagen voor de geest te halen,er is sinds mijn laatste verhaal inmiddels zoveel mijn weg gepasseerd, ook al is het nog geen 5 dagen geleden lijkt het of er weken gepasseerd zijn.
We waren gebleven bij het verhaal dat er inentingen gekocht gingen worden voor de kinderen van een school in een van de amrste wijken van Bobo. Dit is inmiddels in gang gezet en de gelden zijn hier aangekomen, nu is het aan anderen om dit verder uit te voeren.Ik zou graag zijn gebleven om te helpen,maar moet ook genieten van de vakantie is dit zeer bijzondere land.
Vanaf Bobo ben ik bepakt op mijn brommer vertrokken richting Banfora. Deze middel grote plaats ligt verder naar het zuiden richting de grens van Ghana.Daar in Bobo nog supermarkten waren, zijn deze hier ver te zoeken en moet je in de kleine winkeltjes proberen je spullen bij elkaar te zoeken. In Bobo heb ik Fransje onmoet, zij doet voor haar studie mee aan een AIDS voorlichtings programma. Met een busje, als deze het doet, gaan ze op pad om in de kleinere dorpen voorlichting tegeven met behulp van video materiaal. Ze heeft een klein kamertje bij gezin op hun grond, dit alles kost nog geen 35 euro per maand. Als je eten haalt op de markt kan je hier goedkoop leven, daarin tegen als je wat luxe wil en rond wil reizen is Burkina niet zo goedkoop als Azie of Latijns Amerika.
Rondom Banfora zijn vele kleine dorpjes waaronder Sindou, dit ligt zo`n 50km richting het westen. Met mijn bagage goed vast gemaakt vertrok ik zondag. Zondag is marktdag en mensen vanuit de hele omtrek stromen toe. 1000den mensen met spullen op hun hoofd van schalen gevuld met een paar kippen tot enkele stukken hout, gedragen door kinderen. Het lijkt een gehele volksverhuizing, van in mijn ogen nutteloze spullen.Zwaar tegen de stroom, aangestaart door iedereen, blanka, blanka wordt geroepen, beweeg ik me langzaam voort de stad uit. Aan de stroom lijkt geen einde te komen, maar na een aantal kilometers wordt het minder en minder totdat alleen ik op de weg overblijft.De weg is onverhard met vele kuilen en los zand, wat de rit niet makkelijk maakt en ik kan totaal geen snelheid maken.Gelukkig is het maar enkele kilometers.De weg gaat langs kleine dorpjes waar niemand iets te doen schijnt te hebben, behalve met open mond staren en als ik zwaai schrikken en verbaast terug zwaaien. Aan gekomen in Sindou rij ik recht een groep mensen in, rem voorzichting af en kom tot stilstand. De groep vormt langzaam een kring om me heen, waardoor ik geen kant meer op kan. Door de mensen massa komt een in een wit gewaad een man met een masker van een geit, met ronde zwarte horens op me af. Ik voel mijn hart sneller kloppen terwijl mensen met trommels in een vreemde taal dingen naar mij roepen. De man met het masker komt met zijn meester op mij af en valt op zijn knieën, pakt een kwast en begint vanaf de grond mijn brommer en schoenen schoon te stoffen, onder luid gelach van de menigte. Ik ben sprakeloos, danwel bijna verstijft van schrik en vraag me af wat ik moet doen. De geit staat op en beweegd zich dichter richting mij, waardoor hij nog maar een halve meter van mij afstaat en begint mijn broek af te stoffen. Er wordt wat tegen mij gepraat in een vreemde taalen even later wil de geit voorop mijn brommer stappen. Ik laat weten dat ik dat niet wil, daar maar met mijn handen te gebaren dat hij weg moet gaan. Mijn hart klopt sneller en sneller en het zweet breekt mij uit. Na enkele malen geprobeerd te hebben op mijn brommer te klimmen geeft de geit het op en gebaard mij weg te gaan, dit doe ik maar al te graag ik rijd een stuk terug en laat mijn hart tot rust komen. Ik besluit maar niet te blijven Sindou want ik kon van dit alles niet plaatsen en wist zeker dat ik de geit op één of andere manier beledigd had, waardoor ik niet welkom was. Op de terugweg had ik dan ook genoeg stof tot nadenken, waardoor deze zeer snel ging. Inmiddels ook gewend aan de conditie van de weg. Ik zal niemand verder vermoeiend met welk eten ik gehad heb en hoeveel bier ik gedronken heb en hoe ontzettend schoon en verzorgt mijn kamer was.
Na het bezoeken van de watervallen en het meer waar nijlpaarden zitten, waar je met kleine gammele bootjes op kan heb ik Banfora verlaten voor de eerste lange rit, van 200 kilometer richting Gaoua. Na een uitgebreide politie controle net bij de stads grens van Banfora kon ik eindelijk de brede, maar onverharde weg op richting Gaoua. dik ingepakt tegen het stof en de brandende zon, daarvoor is de dikke laag kleren zoals te zien is op foto`s het is hier dus niet koud, maar wel stoffig en de zon en wind zijn extreem intens samen waardoor ik het gevoel heb dat ik in een oven rijd. Genoeg benzine en water zijn de belangrijkste benodigheden voor op de weg. Water is in de grotere dorpen wel te krijgen, maar op de weg heb ik nog geen geschikt water gevonden. Terwijl ik dit schrijf wordt ik aangestaard door een groep bavianen die met hun blote billen heen en weer lopen te springen. Met een frisse wind door mijn haren en vergezeld met Jimmy hendrix, Bob Marley en Alpha Blondy geeft deze plaats me een intens gevoel van vrijheid en rust en lijkt Nederland met alles erop en eraan zeer ver weg en totaal onbelangrijk.
Benzine halen buiten de grotere steden is een verhaal apart. In de steden is er meestal wel een shell te vinden en meestal heeft deze ook wel wat benzine,maar soms ook niet. Buiten de stad ben je overgeleverd aan mensen die drank flessen gevuld met benzine aan de straat verkopen. Ze staan meestal op een tafel in de brandende zon.De eigenaar is vaak ver te zoeken en het de kinderen uit het dorp staan meestal met open monden al om me heen voordat de eigenaar komt. Met wat handen en voeten werk kan ik meestal wel duidelijk maken welke soort ik wil en hoeveel. Extreem traag reageren mensen dan en het lijkt of er dan met tegen zin een fles in gegooid wordt. Dit kan ook nooit met beleid en altijd moet er wel wat gemorst worden op mijn brommer. Een keer belande ik in een dorp, waar ik met geen mogelijkheid duidelijk kreeg dat ik 1 fles super wilde. De mensen daar maakte mij duidelijk dat ik moest wachten. Tijdens het wachten kwam het hele dorp uitgelopen en bekeken alles en voelden even aan mijn tas, Pay-Bays a tres bien. er vormde zich zowaar een hele groep om me heen die allemaal spraken en lachten in een overstaanbare taal. Even later kwam er een statige man aangelopen, ik denk moslim, die engels kon. Dit had hij naar zijn zeggen geleerd van een Nederlander. Inmiddels was de drukte zo enorm en de kinderen werden zo brutaal dat deze door de ouderen weg geslagen werden met stokken. Na een tijdje gepraat te hebben met deze man en adressen uit gewisseld te hebben kreeg ik mijn benzine. na een uitgebreid afscheid, onder het gemepvan de ouderen op de kinderen kreeg ik nog een aantal snoepjes en kon mijn tocht vervolgen richting Gaoua.
Onder het rode stof, zwaar bezweet en uitgeput van de weg kwam ik aan in Gaoua. Hier sprak een grote dikke neger met enorme lippen op een motor me aan en vroeg waar ik heen ging. Inmiddels heb ik der ervaring dat grote agressief uitziende negers hier niet beangstigend zijn. In Nederland zou je er met een grote boog omheen lopen, maar hier zijn vaak aardig en best schattig. Ze zwaaien heel liefelijk terug en als ze frans beginnen te praten zijn de bijna aandoenlijk.Zo ook deze, na een tijdje gepraat te hebben bleek hij op een jeugd opvang te werken waar ze straat kinderen een opvingen en naar school stuurden, dit in samenwerking van de zwitsers. Hij nodigde me uit om te slapen in het opvang cetrum en kennis te maken met de kinderen. Aangekomen in het centrum kreeg ik een matras op de grond in een aparte kamer en werd ik uitgenodigd om met zijn familie lokaal bier te gaan drinken. dit was eerlijk gezegt niet te drinken en heb ook het grootste gedeelte laten staan met het excuus dat het slecht is voor mijn buik. Terug in het centrum kwamen de kinderen langzaam binnen gedruppeld, het was erg jammer dat ik geen woord frans uit mijn mond krijg en er nog minder van versta. Maar muziek maakt altijd alles goed. De jembe`s werden gepakt en ik heb les gekregen en weet nu een paar basis ritme`sdie ik later nog een rustig kan gaan oefenen.
De volgend ochtend wilde ik vroeg vertrekken, maar hier in Afrika dingen snel willen is onmogelijk. Er is altijd wel ruimte voor een praatje en even snel koffie bestellen is een onmogelijke opgave. Niemand schijnt hier haast te hebben en er is altijd wel een excuus om eerst iets anders te doen. Het is voor mij, die uit het IT wereldje komt waar alles snel snel snel moet om te relaxen en gedult te hebben tot er eindelijk gereageerd wordt en mijn plannen bij te stellen dat je gewoon minder voor elkaar krijgt op een dag dat je zou willen. Na een tijdje lukte het me dan ook om weg te komen uit Gaoua en me richting mijn volgende bestemming Leo te begeven. Tot mijn verbazing was de weg bijna geheel verhard en kon ik redelijk snelheid maken waardoor ik enkele uren zonder moeilijkheden of spannende ontwikkelingen aan kon komen in Leo. In mijn Bradt reisgids had ik een Hotel uitgezocht, maar dit bleek helaas vol. Gelukkig was er nog een,danwel een duurdere, maar je moet wat. De duurdere hotels hier zijn echt verschrikkelijk, vind ik dan, omdat het personeel niet aardig is en het vol zit rijke Africanen. Dit type afrikaan is bijzonder arrogant en voelt zich zeer duidelijk verheven het personeel behandeld deze daar ook naar, wat geen prettige sfeer schept in het hotel. Ook is het vaak zo, hoe dikker, hoe rijker wat veel mensen hier niet siert. Leo is geen noemenswaardig dorpen is voornamelijk één grote vuilnis dump, waar markt op gehouden wordt.
Zoals ik al begon in mij verhaal ben ik nu in het Park Nazinga. Vanaf Leo was dit een korte rit over een aantal stofwegen. Het laatste gedeelte van de weg was echter door het park heen. In het park leven ongeveer 800 olifanten volgende gids uit 2006 en volgens de wachters 600 tot 700. Op het laatste stuk had ik dan ook kans om deze beesten en nog andere tegen te komen, wat de rit bijzonder spannend maakte. Het laatste stuk was 36km en heeft me ongeveer 2,5 uur gekost. De weg had vele gaten en was echt slecht, ik ben zo vaak bijna gevallen dat ik het een wonder vind dat ik heel ben aangekomen, brommer rijden kan ik blijkbaar wel. Eenmaal aangekomen werd ik al opgewacht door de olifanten en de rust die hier heerst.
Voor nu was dit het wel en ga ik verder genieten van de rust en deze gebruiken onder het genot van een koud biertje om mijn verdere plannen vorm tegeven en mijn reisdoelen aan te passen aan de snelheid van Afrika.
- Henk